24-07-2009 - Column 01. Zomer 2002
Op doorreis zomer 2002
”Ik ben gewoon te slim voor mannen”, zuchtte ik en zag hoe het stationsbordje van Naarden-Bussum voorbijschoot. Het was ongeveer veertig graden in de trein en ik was onderweg naar Ommen om met ouders en kids te kamperen. Nina was daar al.
Ik raakte in gesprek met een vrouw van ook zo rond de veertig. Moeder van twee kleine kinderen. Haar man was er na een huwelijk van vijftien jaar vandoor gegaan met een twintigjarige. In het jaar dat ze nu alleen was, had ze tien vriendjes gehad. De meesten waren jonger dan zij en ze had ze ontmoet in de kroeg. Ze snoof, gebruikte XTC, dronk red bull met rode whisky en ze had gehoopt dat van die tien mannen er toch eentje De Ware zou zijn. Kortom: de logica in haar hoofd was zoek. Op de vlucht, bang voor de eenzaamheid, niet willen denken. Zeer herkenbaar, dat wel. Ook geen schande.
”Ben je te slim, of loop je net als ik tegen de verkeerde mannen aan?” vroeg mijn reisgenote.
”Ik ben slim, maar val vaak op mannen die destructief zijn en absoluut afwijken van het gemiddelde”, antwoordde ik haar. ”Ik denk dat ik zelf ook afwijk van wat als normaal wordt beschouwd, dus dan kom je natuurlijk minder snel in contact met de gewone man met zijn confectiepakkie an”, voegde ik er open aan toe en gaf ondertussen een vuurtje aan een zichtbaar onverzorgd type die naar alcohol rook.
”Wanneer ben je voor het laatst dan echt verliefd geweest?” vroeg ze.
”Nou, ik weet het niet precies. Ik twijfel aan mijn diepere gevoelens voor iemand... Maar in ieder geval een tijd geleden, dat wel”, antwoordde ik weer naar waarheid. Het zweet gutste over mijn lijf en ik bestelde bij de railtender een koude fanta. Nu wilde ík wel eens wat weten, ik hou er immers van om mensen te observeren en analyseren.
”Wie was de leukste van die tien?” De hamvraag!
Ze gooide haar rode, lange krullen naar achteren en ik zag haar even denken. ”Ik denk toch Roel, maar die zat al tien jaar aan de XTC en de coke. En hij gebruikte ook nog de viagrapil om een feestavond seksueel te kunnen afsluiten”, vertelde ze op een toon alsof ze zojuist leuke kleren bij H&M had gekocht.
”Maar je vond hem dus wel leuk?”
”Absoluut, ik was op hem het meest verliefd, hij was echt een maatje.”
Ik staarde even naar buiten. Mensen die op wat voor manier dan ook aan de drugs zitten, of ze nou drinken of snuiven, zijn niet betrouwbaar. Zijn geen maatjes. Die zijn alleen maar met zichzelf bezig. Ik ben het ook, maar dan van nature. De keren dat ik alcohol of drugs gebruikte werd ik ook een kreng. Toch ken ik één man die al een jaar of twintig gebruikt en áltijd zijn afspraken nakomt. Met iedereen. Betrouwbaar als een deur. Een bonk cement om op te bouwen.
”Ik voel me wel eens klote tegenover de kinderen, maar ik heb een vreselijke tijd gehad toen mijn man me verliet”, ging de vrouw door. Ze stak een sigaret op en vroeg of ik er ook een wilde.
”Nee dank je, roken is dodelijk staat er op jouw pakje. Ik neem wel een Barclay. Daar staat niets op.”
In Amersfoort moest ik over stappen naar Zwolle en Noor - zo heette ze -moest daar ook heen.
”Hoe doe jij dat nou, met twee kinderen, je werk en een eventuele nieuwe liefde?” vroeg ik op mijn beurt. Ik ging eersteklas zitten, omdat het daar iets koeler was. Regels zijn er immers om overtreden te worden. Zonder daar verder een opmerking over te maken kwam Noor bij me zitten.
”Drie van die tien mannen heb ik met mijn kinderen geconfronteerd. Ik heb naschoolse opvang geregeld en de kinderen zijn bij hun vader als ik de hort op ben. Dan kan dat jonge ding meteen wennen aan het fenomeen kinderen.”
Ik moest lachen. Duidelijke taal. Daarna was het weer even stil. Ik ontmoet overal mensen, maak makkelijk contact. Mensen zijn zo vreselijk boeiend, zowel in negatieve als positieve zin. Ik pluk ze bij wijze van spreken zo van de straat, maak een babbel en binnen tien minuten vertelt iemand zijn levensverhaal. Net als Noor.
”Heb jij weleens XTC gebruikt, Manon?”
Ik keek haar aan en zei eerlijk van niet. Ik hou niet van pillen in je lijf die rare dingen met je kunnen doen. Je weet nooit wat erin zit en hoe je lichaam erop zal reageren.
”Het is zalig!” bracht ze met een diepe zucht uit
We naderden Zwolle. Ik ging verder naar Ommen. Noor zwaaide op het perron nog een keer naar me. Toen ging haar mobiel en hoorde ik haar nog enthousiast roepen: ”Roel! Leuk dat je belt!”
Gepost door: manonneke op 24-07-2009 om 14:54
|